Legionella
Waar komt de naam vandaan?
Legionella is de naam die een bacteriegeslacht kreeg nadat in 1976 bleek dat deze een epidemie van longontsteking had veroorzaakt in Philadelphia (VS) onder oudstrijders uit het Amerikaanse leger. Het woord is dus afgeleid van het Engelse "Legionnaire" (veteraan of oud-strijder). De ziekte die de Legionella bacterie kan veroorzaken wordt daarom soms ook wel "veteranenziekte" genoemd.
Legionellose
De Legionella bacterie bestaat niet. Legionella is de naam van een bacteriegeslacht dat bestaat uit minimaal 50 soorten en 113 serotypen (ondersoorten). De meest beruchte soort is Legionella Pneumophila (pneumophila betekent "houdt van de long"). Deze bacteriesoort is vaak verantwoordelijk voor Legionellose (een infectie aan de luchtwegen en longen die veroorzaakt wordt door Legionella bacteriën). Er bestaan twee vormen van de ziekte; de Legionellalongontsteking (de echte "Veteranenziekte") en de minder ernstig verlopende Legionellagriep (die ook wel "Pontiac fever" wordt genoemd). Van de Legionella Pneumophila bacterie zijn 14 serotypes bekend, waarvan serotype 1 het vaakst de legionellalongontsteking veroorzaakt. De andere serotypes (2 t/m 14) en zelfs ook andere Legionella bacteriën kunnen echter ook Legionellose veroorzaken.
Waar komt de Legionella bacterie voor?
Legionella bacteriën houden van een vochtige omgeving en komen voor in alle
natuurlijke zoetwatersystemen op aarde en in kleine hoeveelheden in ons drinkwatersysteem.
Blootstelling aan Legionellabacterën
Besmetting met Legionella kan, voor zover bekend, alleen ontstaan wanneer er Legionella bacteriën via nevel (druppeltjes, aërosolen) ingeademd worden. De bacterie kan hierdoor doordringen tot in de longen.
Een Legionella besmetting kan, voor zover bekend, niet van de ene mens op de andere worden overgebracht. Ook is het drinken van water waarin zich Legionellabacteriën bevinden niet gevaarlijk. In een aërosol kan een Legionellabacterie een korte tijd overleven (maximaal twee uur).
Bekende besmettingsbronnen voor de mens zijn aërosolen afkomstig uit drink- en proceswaterinstallaties, warmwaterbaden en -reservoirs, watervernevelaars, koeltorens, luchtbevochtigers en airconditioningsystemen. Besmette aërosolen kunnen zich tot een kilometer van de bron verspreiden (afhankelijk van heersende windrichting en windsnelheid.
Symbiose : schuilplaats en vermeerdering
De Legionellabacterie beschikt over een aantal overlevingsmethoden. Een "vrije" bacterie is kwetsbaar en blijkt dan ook vaak een samenwerking (symbiose) aan te gaan met protozoa (micro-organismen zoals o.a. amoeben). Amoeben zijn vrij levende, eencellige organismen, die bepaalde bacteriën laten binnendringen.
In de amoebe is de Legionellabacterie niet alleen veel beter bestand tegen invloeden van buitenaf, maar kan die zich ook relatief eenvoudig vermeerderen. Legionellabacteriën stellen hoge eisen aan hun voeding. Naast zuurstof en organische verbindingen, die dienen als bron voor energie en/of koolstof, zijn ijzerverbindingen en een tiental verschillende aminozuren nodig. Deze voeding is allemaal te vinden in de amoeben, die zich op hun beurt leven in slijmlaagjes ('biofilms') op oppervlakten in contact met water, in sediment en in aanwezigheid van algen.
De legionellabacterie groeit qua aantal in zijn gastheer totdat deze helemaal vol zit en openbarst. Vervolgens gaan de Legionellabacteriën op zoek naar een nieuwe gastheer. Direct nadat de eencellige is opengebarsten, is een groot aantal bacteriën in het water waarneembaar (per amoebe kunnen 100 tot 500 bacteriën vrijkomen).
Wanneer zich in bijvoorbeeld een drinkwaterleiding een biofilm heeft gevormd, zijn de organismen in de film in staat temperaturen van ruim 70 C te overleven, soms tot wel 20 uur achtereen. De biofilmvorming is m.b.t. legionella het grootste probleem in drink- en proceswatersystemen en vraagt om een gedegen en soms vergaande aanpak.
Overeenkomst tussen onze longen en amoebes
Nu bekend is dat Legionellabacteriën goed gedijen in een warme, vochtige, zuurstofrijke omgeving wordt ook duidelijk waarom de omstandigheden in de menselijke longen ook erg gunstig zijn voor deze bacterie.
De bacteriën kunnen in de longen komen, door het inademen van zeer kleine waterdruppeltjes (aërosolen) waarin de bacterie zich bevindt. Door de kleine omvang van de aërosolen kunnen ze bij de mens tot op longblaasjesniveau doordringen. Daar worden de bacteriën opgenomen door macrofagen (gespecialiseerde witte bloedlichaampjes, die deel uit maken van ons afweersysteem). De bacteriën kunnen in de macrofagen (net als in de amoebes) blijven leven en kunnen zich daarin zelfs vermeerderen. Uiteindelijk vernietigen de bacteriën de macrofagen en komt er een veelvoud aan bacteriën vrij, die vervolgens een ontsteking in de longen veroorzaakt. Via de bloedbaan kunnen ook andere organen door legionellabacteriën worden geïnfecteerd.
Wat als we ziek worden?
De ziekte is niet van mens op mens overdraagbaar. De tijd tussen de besmetting en het optreden van de eerste ziekteverschijnselen (de incubatietijd) varieert van 2 tot 10 dagen.
De echte veteranenziekte (legionellalongontsteking) begint met een snel oplopende hoofdpijn, spierpijn en een ziek gevoel, gevolgd door longontsteking met koorts boven de 39 C. De patiënt hoest en is soms kortademig. Een aantal patiënten heeft last van braken en diarree. Snelle behandeling met specifieke antibiotica is nodig om te verhinderen dat de bacterie zich verspreidt naar andere organen in het lichaam om daar onherstelbare schade aan te richten.
Er bestaat ook een lichtere vorm van infectie: de Legionellagriep. Gedurende 2 tot 5 dagen ondervindt men griepachtige verschijnselen zoals koorts, hoofdpijn, spierpijn en hoesten. Hierbij verdwijnen de klachten na enige tijd. Of men daadwerkelijk ziek wordt hangt af van de intensiteit van de blootstelling en het vermogen van het afweersysteem van het lichaam om de beginnende infectie in de longen het hoofd te bieden.






